Ééndraadschema van een appartement
Appartement op één bouwlaag, 9,6 × 7,2 m
Kenmerken van dit voorbeeld
- Woning
- appartement
- Bouwlagen
- 1
- Aansluiting
- eenfasig, 40 A
- Differentiëlen
- 1 × 30 mA type A
- Automaten
- 8
- Bladen ééndraadschema
- 1
Het kleinste voorbeeld van de galerij: een appartement van ongeveer 70 m² met een living en open keuken, één slaapkamer, een badkamer, een berging en een hal. Eén differentieel beschermt de hele woning, en het volledige schema past op één blad. Een goed vertrekpunt als je wil zien hoe een ééndraadschema in elkaar zit zonder dat het je overspoelt.
Wat je ziet op het ééndraadschema
Lees het blad van links naar rechts, zoals de stroom loopt.
- De aansluiting. In het grijze kader linksonder: de netbeheerder, de kWh-teller en de aarding met een
aardingslus van 16 mm² en een equipotentiale verbinding van 6 mm². De kabel
EXVB Eca 2×10 mm²gaat naar de hoofdautomaat van 40 A, tweepolig. - Differentieel A. 30 mA, type A, 40 A, tweepolig. Het is de enige differentieel van de woning, en dus meteen de algemene. Een algemene differentieel mag hoogstens 300 mA zijn; met 30 mA zit je daar ruim onder, en de kringen die een 30 mA nodig hebben, zijn meteen mee beschermd.
- Acht kringen, A tot H. Verlichting op 16 A en 1,5 mm². Stopcontacten op 20 A en 2,5 mm². De kookplaat op 32 A en 6 mm². Oven, vaatwasmachine en wasmachine elk op een eigen kring van 20 A. De badkamer op 16 A en 2,5 mm².
- Kring A, de verlichting. Zes punten, elk met de schakelaar en de lamp die erbij hoort. De living heeft twee lampen op één schakelaar: A.1 en A.2. Daarna volgen keuken (A.3), slaapkamer (A.4), berging (A.5) en hal (A.6).
- Kringen B en C, de stopcontacten. B bedient de living en de slaapkamer met zes contactdozen, enkele en dubbele. C is de keuken: de koelkast (C.1) en twee dubbele stopcontacten boven het werkblad.
- Kring H, de badkamer. De ventilator (H.1), het lichtpunt met zijn schakelaar (H.2), de wandlamp boven de lavabo (H.3) en een waterdicht stopcontact (H.4). Alles in de badkamer zit op die ene kring.
Bij elke kring staat ook de kabel, bijvoorbeeld XVB Cca 3G2.5 mm², en het teken voor de plaatsing: hier
overal in buis en ingewerkt in de muur. Wat elk symbool op het blad betekent, zoek je op in
een legende die de symbolen van het ééndraadschema een voor een uitlegt.
Het situatieschema erbij
Op het grondplan vind je elk punt van het ééndraadschema terug met dezelfde code. Een paar dingen om op te letten:
- De boogjes verbinden een schakelaar met de lampen die hij bedient. In de living loopt de lijn van schakelaar A.1 naar de twee lampen A.1 en A.2.
- Het verdeelbord hangt in de berging, naast de wasmachine (G.1). In een appartementsgebouw staat de teller vaak in een gemeenschappelijke ruimte; op het ééndraadschema staat hij gewoon bij de aansluiting.
- De schakelaar van de badkamer (H.2) zit in de hal, naast de badkamerdeur. Binnen in de badkamer staan enkel het lichtpunt, de wandlamp, de ventilator en het waterdichte stopcontact.
- De rookmelder in de hal heeft geen code. Hij hangt in dit voorbeeld aan geen enkele kring en staat daarom ook niet op het ééndraadschema.
- De maten langs de muren staan in meter. Ze helpen om het plan te lezen, maar het situatieschema draait om de plaats van de toestellen.
Eén differentieel voor alles: wat dat betekent
Alle acht automaten hangen achter dezelfde 30 mA. Dat is eenvoudig en overzichtelijk, maar het heeft een gevolg: lekt de wasmachine of de badkamer, dan schakelt die ene differentieel af en zit het hele appartement in het donker, verlichting inbegrepen. Daarom hangt in de rijwoning en de villa het grootste deel van de verlichting rechtstreeks onder de 300 mA.
Dit appartement zit bovendien op acht automaten achter één 30 mA, een gangbare grens. Komt er een negende kring bij, voor een droogkast bijvoorbeeld, dan is een tweede differentieel de logische stap. Hoe dat eruitziet, toont het voorbeeld van de rijwoning.
Wat je meeneemt naar het schema van je klant
- Tel de automaten achter elke differentieel en vergelijk met wat er werkelijk in het bord zit.
- Kijk of elke kring een kabel en een sectie heeft, en of de automaat erbij past.
- Zoek drie willekeurige codes op het ééndraadschema terug op het grondplan, en drie codes van het grondplan op het schema.
Lukt dat niet, dan klopt er iets niet aan een van de twee. De keurder vergelijkt de schema's met de installatie zoals ze werkelijk is.